Testing out Mahara
This is named a 'view'. This is where the user can create a (semi-)public view of a subset of artefacts within the Mahara application, for someone else (or the whole world) to see. One can also incorporate a RSS feed, which means one could display almost anything within a view (since there is so much stuff out there that spits out RSS). Also embedding of YouTube video's is possible. But embedding SlideShare presentations (which is also Flash based) seems not possible.
New post
| Attached files: | |
|---|---|
| cv_koopal_okt2008nl.pdf (110.3K) - Download
My resumé |
|
Public URL
Some remarks on Mahara
One can create a public view of (parts of the) Mahara stuff. But what exaclty the public URL of this view? Well, this is a bit clumsy (and you cannot seem to change it to something else).
And one other thing: i cannot seem to rename or delete tags....First post
My website (in Dutch)
Consolidatie is goed?

Allemaal dezelfde kant op?
De consolidatie in de markt voor e-learning software blijft doorgaan. Bedrijven als Blackboard blijven maar overnames doen. Ten tijde van de Digitale Universiteit voorspelden we deze ontwikkeling al in het E-Learning trendrapport. En dat was al weer 6 jaar geleden, in 2004! Andere voorspellingen uit dat rapport kwamen overigens niet uit, maar daar kom ik wellicht een andere keer op terug. Het rapport is nog steeds wel het lezen waard, al was het maar om eens te kijken wat er dus van de voorspellingen is uitgekomen.
Enkele recente voorbeelden van de verdergaande consolidatie:
- Recent heeft Blackboard weer enkele overnames gedaan van softwarebedrijven voor webconferencing, die niet overal met enthousiasme zijn ontvangen. Eerder werd concurrent ANGEL ook opgekocht (en natuurlijk nog eerder WebCT).
- In Nederland deed Iddink (een uitgever) ook een opmerkelijke stap, in oktober vorig jaar, door Schoolmaster (een leverancier van software voor schooladministraties) over te nemen.
- Microsoft heeft een naadloze koppeling van Live@Edu (email, agenda, opslag van bestanden etc) en It’s Learning in de aanbieding (voor 800.000 leerlingen?).
- Pearson (een hele grote uitgever, ondereel van Reed Elsevier) nam eind 2008 ook een opmerkelijke stap, door Fronter over te nemen. Fronter is een van oorsprong Noors bedrijf dat een Elektronische Leeromgeving levert. Eerder lijfde Pearson ook Harcourt in. Harcourt is een grote uitgever van online toetsen.
Onlangs heeft Learn Exact zich overigens los gemaakt van haar (voormalige) moedermaatschappij, een grote uitgever in Italië. Een tegengestelde ontwikkeling dus. Maar er zijn veel meer voorbeelden van overnames. Consolidatie dus. Allemaal positieve ontwikkelingen, als je de (persberichten van de) desbetreffende bedrijven mag geloven. Onderwijsinstellingen hoeven straks nog maar met en bij één enkele leverancier, of hooguit met één enkele uitgever, zaken te doen. Makkelijk toch? Of toch niet?
U neemt gewoon de schoolboeken, de geautomatiseerde (studenten)administratie en de bijbehorende Elektronische Leeromgeving (inclusief natuurlijk een digitaal portfolio) af bij één enkele leverancier. Mooi makkelijk! Maar toch…. Het blijft knagen bij mij. De vraag is wat u er mee opschiet.
Tegentrends zijn er ook
Het is niet voor niets dat er steeds meer artikelen en (blog)berichten verschijnen over tekortkomingen van ELO’s en mogelijke alternatieven voor ELO’s. En dat er nieuwe trends bij komen, zoals “social learning” en “open education” (en in het kielzog daarvan open source). Educause publideerde daarover onlangs een goed overzicht. Wat ik maar wil zeggen: er zijn ook “tegentrends”, die u zou moeten blijven volgen. Natuurlijk blijft er een markt voor de de grote, commerciële, partijen die degelijke software kunnen leveren. Echter, er is meer…. Als u zich wilt verdiepen in nieuwe ontwikkelinen en uw visie daarover wilt vormen, volgen hier enkele tips.
- Vraag uzelf af waarom sociale netwerken, bijvoorbeeld LinkedIn en Facebook, zo populair zijn. Eigenlijk is dat heel simpel: persoonlijke connecties. Wellicht dat u dat ook in uw onderwijsinstelling zou willen faciliteren? Dat gaat niet eenvoudig worden met een traditionele ELO, al was het maar omdat gebruikers van buiten niet zomaar toegang kunnen krijgen. Meer lezen? In het Verenigd Koninkrijk is er aan de University of Cambridge een onderzoek gedaan naar Academic Social Networking en hoe dat kan ondersteund worden met ICT. Er zijn ook prototypes gebouwd van hoe dat zou kunnen werken. Uiteindelijk zal dit onderzoek zijn weg vinden in de nieuwste versie van Sakai (Sakai3).
- Ik zou u ook willen vragen om u ogen en oren open te houden. En ik bedoel letterlijk OPEN. Blijf de ontwikkelingen op het gebied van OpenCourseWare, open source en en open standaarden volgen. Zo kunt u bijvoorbeeld eens gaan kijken hoe het zit met de uitwisselbaarheid van digitaal lesmateriaal op het Onderwijsplugfest op donderdag 7 oktober aanstaande. En kijk ook eens naar de enorme hoeveelheid OpenCourseWare die inmiddels beschikbaar is.
- En als laatste, maar zeker niet het minst belangrijk: zorg dat uw docenten (of leraren, of instructeurs, of traininers) goed gebruik kunnen maken van ICT. Dat gaat (helaas) niet vanzelf. En ik bedoel niet alleen het gebruik van digiborden of PowerPoint. Ook het gebruik van allerlei web 2.0 applicaties in opleiding en training kan zeer waardevol zijn. Kijk bijvoorbeeld eens naar het TPACK model om ICT gebruik te stimuleren onder uw docenten. Petra Fisser (Universiteit Twente) schrijft hierover op een goed leesbaar Nederlandstalig weblog.
Nog meer tegentrends? Laat het maar weten!
Over digiborden

Ongebruikt digibord
In de afgelopen weken heb ik mij verdiept in het digitale schoolbord (ook wel digibord genoemd). Ik heb mij hierin verdiept vanuit mijn eigen interesse en vanwege het project Twente’ s got Talent (TgT). In TgT gaan we een combinatie van videoconferentie en digiborden inzetten in enkele pilots na de zomer.
Als er in de afgelopen jaren één technische hype is geweest in het Nederlandse onderwijs, dan is dat volgens mij die digitale schoolborden. Iedere school, van basisschool tot universiteit, heeft inmiddels wel enkele digiborden in huis. Of ze echter optimaal gebruikt worden? Hieronder twee observaties over digiborden van mijn kant. Mocht je aanvullingen of suggesties hebben, dan kan dat via de reactiemogelijkheid onder mijn bericht.
Allereerst moet mij van het hart dat bij digiborden er bepaald geen sprake is van standaardisatie. Elke leverancier en/of wederverkoper in Nederland (en er zijn er vele: Heutink, SmartBoard, ActivBoard, Legamaster, Slimboard, Tracemaster etc) levert eigen ondersteuning, trainingen en ook vooral eigen software. Vind ik erg jammer. Als je dus zelf lesmateriaal zou willen maken, dan zul je hier goed rekening mee moeten houden. Materiaal gemaakt voor een SmartBoard is namelijk niet per sé te gebruiken op een bord van Heutink. Er lijken voorzichtige ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk te zijn om te komen tot meer uitwisselbaarheid in de vorm van een zogenaamd common file format (CFF). Er is ook bordonafhankelijke software op de markt. Deze heb ik zelf niet kunnen proberen. Mogelijke opties zijn dan: Easiteach, C Tools en Gynzy.
Verder valt mij op dat er veel informatie over digiborden op het internet te vinden is, ook in de Nederlandse taal. Als je met Google zoekt op bijvoorbeeld “digibord”, kom je in de zoekresultaten veel commerciële informatie tegen (van die eerder genoemde leveranciers). Dus de vraag is: wat is objectieve en betrouwbare informatie? Hierbij sites waar ik wel enig vertrouwen in heb:
- Kennisnet heeft veel informatie, die uitgesplitst is naar basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Met voorbeelden voor VO. Of met een overzicht van leveranciers.
- Jos Cöp schreef vorig jaar een uitgebreid blogbericht geschreven, waarin hij vanuit de literatuur enkele handige tips geeft.
- Jos verwijst onder andere naar Petra Fisser. Petra is onderzoeker aan de Universiteit Twente. Zij houdt een weblog bij. Met onder andere een bericht uit 2008 over digiborden in het basisonderwijs. Bij Kennisnet vond ik dan uiteindelijk het complete rapport, dat zij samen met Gerard Gervedink Nijhuis heeft opgesteld.
- Digibord op school bevat lesmateriaal voor verschillende vakken, vooral voor het voortgezet onderwijs. Deze site bestaat sinds 2005 en is een initiatief van Sipke Kloosterman.
- Arjen van der Lely is een zelfstandig adviseur en heeft een website, die http://www.welkdigibord.nl heet. Veel informatie daar te vinden, die overigens ook bij Kennisnet voorhanden is! Arjan is trouwens ook de man achter Digibord Training.
Nog suggesties voor goede websites? Laat het hieronder weten.
Videoconferencing in Twente’s got Talent
Eerder schreef ik hier al over het project Twente’s got Talent (TgT), waar ik sinds enkele maanden bij betrokken ben. Hierbij een bericht over één van mijn deeltaken in dit project. In de afgelopen weken ben ik binnen het project bezig geweest met videoconferencing en digitale schoolborden. Hieronder wat meer informatie over de stand van zaken.
Wat en waarom?
Vaak beslist een school in het Voortgezet Onderwijs op basis van bijvoorbeeld lage leerlingaantallen voor een bepaald vak om het vak niet meer aan te bieden. Wiskunde D is zo’n vak dat bij steeds meer scholen in het VO onder druk staat, zo is gebleken uit onze inventarisatie een paar maanden maanden geleden bij enkele scholen in de regio Twente. Het gaat soms om minder dan 5 leerlingen in een bepaald schooljaar dat Wiskunde D in het pakket heeft of wil hebben. Uit de inventarisatie bleek ook dat scholen weinig tot geen ervaring hebben met videoconferencing. Maar bijna alle scholen in Twente hebben wel een supersnelle internetverbinding via glasvezel. Oftewel: aan bandbreedte zeker geen gebrek.
TgT wil heel concreet een bijdrage leveren aan het voortbestaan en ook de aantrekkelijkheid van het vak Wiskunde D in de scholen in Twente (en mogelijk ook daarbuiten). Daarvoor hebben we een concept bedacht waarbij we gebruik willen maken van moderne techniek, namelijk videoconferencing en digitale schoolborden. De idee is om meerdere scholen met elkaar te verbinden met deze technieken. Op één locatie is er dan een docent die les geeft, waarbij hij of zij gebruik maakt van de mogelijkheden van videoconferencing en de digitale schoolborden om de leerlingen op de andere locaties ook ‘les te geven’.
Stand van zaken
Eerlijk gezegd hebben we niet helemaal zelf het genoemde concept bedacht. We hebben allereerst zelf wat speurwerk verricht en onze contacten aangeboord. Al snel stuitte ik op veel informatie van Kennisnet. Na enig spitwerk op de website van Kennisnet komen we op een website met rapportages en documentatie over een recent gezamenlijk project van twee scholen in Sneek en Breukelen, genaamd “Leraar op afstand”. Dit project heeft ook nog een eigen (Engelstalige) website overigens.
Ik heb contact gezocht met de school in Sneek, CSG Bogerman. We heb daar inmiddels al veel informatie van mogen ontvangen. In Sneek blijkt men al zeer veel ervaring te hebben met het verzorgen van lessen Fries en Wiskunde D met behulp van videoconferencing en digiborden. Ze hebben daarbij in het afgelopen jaar voor Wiskunde D samen gewerkt met het Broklede in Breukelen. Met de drukke agenda’s aan beide kanten duurde het even, maar inmiddels hebben we vorige week ook via videoconferencing contact gehad met de behulpzame collega’s in Sneek. Daar hebben we weer het één en ander van geleerd. Uiteindelijk hadden we een goede verbinding met video, maar ook met het op afstand kunnen bedienen van de digiborden aan beide kanten van de verbinding.
Bekijk hieronder de video die vorig jaar is gemaakt door de school in Breukelen, met hulp van leerlingen. Dit geeft een goed beeld van de manier waarop men daar gewerkt heeft:
Leren buiten school

Logo Peer2Peer University
Hopelijk beseft u dat leren niet alleen in de school, in het conferentieoord op de hei, of op de universiteit kan plaats vinden. Leren vindt overal en altijd plaats. Een dag niet geleerd, is een dag niet geleefd! Sommigen beweren, overigens zonder echte wetenschappelijke bewijzen, dat meer dan 80 procent van het leren buiten de officiële instanties om gaat.
Hierbij twee voorbeelden van het leren (of “onderwijs” zo u wilt) dat anders ingericht is dan we gewend zijn (let op: voorbeelden zijn in het Engels). Allereerst de Peer2Peer University, afgekort P2PU. De missie van P2PU is lekker simpel: Learning for everyone, by everyone, about almost anything. Dit is een citaat van hun missie:
The Peer 2 Peer University is a grassroots open education project that organizes learning outside of institutional walls (..). P2PU creates a model for lifelong learning alongside traditional formal higher education. Leveraging the internet and educational materials openly available online, P2PU enables high-quality low-cost education opportunities.
De P2PU wordt op dit moment financieel ondersteund door enkele bekende stichtingen, namelijk de Hewlett Foundation en de Shuttleworth Foundation. Op dit moment kun je gratis de verschillende cursussen volgen, maar er wordt ook nagedacht over het vragen van een kleine bijdrage voor deelname. Dit zou dan een tweeledig doel dienen: a) het gedeeltelijk afdekken van de kosten, en b) het opwerpen van een drempeltje, zodat niet Jan en Alleman zich inschrijven, en vervolgens toch uiteindelijk niet meedoen.
Een tweede voorbeeld is van een heel andere orde. Dit betreft een persoonlijk initiatief van Hans de Zwart. Hans was één van de oprichters van de Moodle vereniging in Nederland. Hans werkt bij Shell als Innovation Manager Learning Technologies, en heeft via zijn netwerk een leesclub gestart over het boek Learning in 3D, Adding a New Dimension to Enterprise Learning and Collaboration (Kapp en O’Driscoll). Hans probeert op deze manier zijn netwerk in te zetten om gezamenlijk iets te leren, door het lezen van en reflecteren op het genoemde boek. Er wordt daarbij wekelijks een telefonische conferentie georganiseerd, en via bijvoorbeeld Twitter worden er gedachten, meningen etc uitgewisseld over het boek. Helaas kon ik niet meedoen aan dit initiatief, maar ik ga natuurlijk wel volgen hoe het gaat met de leesclub. Want dat is ook het “nieuwe onderwijs”: dat het meestal in relatieve openbaarheid plaatsvindt, en eigenlijk iedereen zich kan gedragen als een passieve lerende (maar ja, wat is eigenlijk passief in dit geval?). En daarmee toch iets opsteekt, ondanks een relatief geringe inspanning.
Andere voorbeelden van nieuw onderwijs? Laat het weten in de reacties!
Evaluatie platform A New Spring
Af en toe neem ik de tijd om een (nieuw) product te evalueren op het gebied van e-learning. Je moet tenslotte bij blijven met de nieuwste ontwikkelingen en producten. De ontwikkelingen bij de communities rond Sakai en Moodle volg ik al jaren. Sakai heb ik enkele jaren geleden (in 2007) uitgebreid geëvalueerd voor mijn toenmalige werkgever, de Universiteit Twente. Vorig jaar heb ik Elgg (december 2009) onder de loep genomen en heb ik ook Mahara (maart 2009) nader bekeken.Ik heb een voorkeur voor open source oplossingen. Maar ben natuurlijk niet blind voor andere ontwikkelingen. Vandaag daarom een bericht met een evaluatie van een product dat geen open source software is. Het betreft het e-learningplatform van A New Spring. Het bedrijf A New Spring is een bedrijf uit Rotterdam, waarmee ik als sinds 2006 een prettige verstandhouding heb. Ze werken voor klanten als The Phone House, Alex Vermogensbank, Boertien Groep, Scheidegger Opleidingen en Elsevier Opleidingen. Op verzoek van A New Spring ben ik onlangs dieper in hun e-learningplatform gedoken. Ik heb een uitgebreide demonstratie gekregen van het platform (het platform heet overigens ook A New Spring) door directeur Martèn de Prez, en heb het daarna zelf mogen bekijken. Hieronder volgt een bericht met mijn bevindingen, waarbij ik dit afzet tegen mijn eigen kennis en ervaring met andere producten.
Waar hebben we het over?
A New Spring (het platform) kun je het beste een zogenaamde Elektronische Leeromgeving (ELO) noemen. Of in het Engels een Learning ManagementSysteem, vaak afgekort tot LMS. Een ELO is software, toegankelijk via internet met een webbrowser, die zowel in het reguliere onderwijs als ook in de wereld van bedrijfsopleidingen wordt gebruikt.
Dit soort systemen zijn bedoeld om het onderwijsproces te ondersteunen, en bieden in het algemeen functies ten behoeve van communicatie, logistiek, organisatie en leren, voor zowel docenten als cursisten. Ik schreef hier al vaker over Elektronische Leeromgevingen, omdat het één van mijn expertisegebieden is (zie bijvoorbeeld mijn bericht over Alternatieve Elektronische Leeromgevingen, en een bericht over de toekomst van de ELO). Bekende ELO’s op de Nederlandse markt zijn Blackboard, TeleTOP en Moodle.
A New Spring in 10 punten
Hieronder zal ik ingaan op een 10 pluspunten van het platform van A New Spring. Ik zal niet te veel ingaan op techniek. Ik ga vooral in op functionaliteit en gebruikersgemak.
- A New Spring biedt haar platform aan op basis van het SaaS (Software as a Service) model. Alle klanten hebben altijd de beschikking over de laatste versie van het platform, beschikbaar via internet. Elke twee weken komt er een nieuwe versie van het platform, met verbeteringen en uitbreidingen. De klant(organisatie) hoeft zich dus verder niet druk te maken over nieuwe versies, updates, downtime, backups etc. A New Spring doet ook de helpdesk voor deelnemers. Met andere woorden: technisch beheer en helpdesk hoeft de klant zelf niet te doen.
- Er zijn in totaal vijf versies van A New Spring, met oplopende functionaliteit en prijs. A New Spring noemt dit “licenties”, wat een beetje verwarrend is. Er is een demo-licentie beschikbaar, die je gratis kunt uitproberen voor 10 werkdagen. De meest uitgebreide licentie, die Social Learning wordt genoemd, is bij kleine aantallen deelnemers verkrijgbaar vanaf ongeveer 30 euro per geregistreerde deelnemer. Voor grote aantallen loopt dit terug naar rond de 9 Euro. Er is een specifieke licentie beschikbaar voor toetsing (Test & Assess). Deze is voor grote aantallen beschikbaar vanaf zo’n 2 euro per gebruiker per jaar.
- De klant betaalt voor het gebruik van het platform per deelnemer, per cursus een bepaald bedrag per jaar. Hoe meer deelnemers, hoe lager uiteindelijk de prijs per deelnemer per jaar.
- A New Spring heeft haar eigen helpdesk en software-ontwikkelaars, die gewoon in Rotterdam op kantoor werken. A New Spring levert ook uitgebreide Nederlandstalige handleidingen en trainingen om zo snel en goed mogelijk aan het werk te kunnen met het platform. Als klant heb je dus altijd rechtstreeks contact met je leverancier, en niet met een tussenschakel wat je bij andere producten in deze markt veelvuldig ziet.
- Het platform A New Spring kent vijf verschillende rollen, te weten Deelnemer, Docent, Mentor, Auteur, Cursusontwikkelaar en Beheerder. Deze rollen zijn niet allemaal in alle licentie-vormen beschikbaar.
- Het platform is eigenlijk veel meer dan een ELO. Het bevat ook functies voor het maken van e-learning content en toetsvragen en complete tests. En er zijn ook uitgebreide functies beschikbaar voor het analyseren van de activiteiten en resultaten van de deelnemers in een cursus.Het platform A New Spring is dus een ELO, maar heeft ook een volledig geïntegreerde online toetsomgeving en een omgeving voor auteurs van digitale leermaterialen.
- MemoTrainer ™ is een uniek element in het platform. Dit is een adaptieve component waarmee intensief met de leerstof getraind kan worden (zie afbeelding 2).MemoTrainer is een eigen ontwikkeling van het bedrijf, en is gebaseerd op de theorie van Hermann Ebbinghaus rond de vergeetcurve. MemoTrainer is inbegrepen in het platform vanaf de “Training” licentie. De “Training” licentie kost ongeveer 6 euro per deelnemer.
- Ook redelijk uniek aan A New Spring is de mogelijkheid zogenaamde doelprofielen (competentieprofielen) vast te leggen in het systeem en daar vervolgens leerdoelen en bijbehorende leerstof en –activiteiten aan de kunnen koppelen. Dit type functie heb ik nog niet bij veel van de concurrenten mogen zien.
- Er is de mogelijkheid om zogenaamde cursustemplates vast te kunnen leggen, op basis van enkele in het platform beschikbare Cursustypes. Hiermee leg je eigenlijk een structuur vast van je cursus, waar een docent of cursus-ontwikkelaar vervolgens snel mee aan de slag kan. Vanuit een cursustemplate kun je snel meerdere cursussen inrichten. In bijvoorbeeld Moodle moet je een ellenlang invulformulier invullen om een cursusomgeving aan te maken.
- Bij binnenkomst in een cursus, krijgt de deelnemer meteen een mooi overzicht van de actuele stand van zaken in die cursus (zie afbeelding 3).Er is meteen te zien of er mededelingen zijn. En of er nog nieuwe discussies in het forum zijn. Maar ook bijvoorbeeld persoonlijke berichten van de docent. De verschillende items op deze startpagina van een cursus kunnen ook snel en gemakkelijk in- en uitgeklapt worden door middel van AJAX technieken. Voor docenten is er verder een uitgebreid dashboard beschikbaar, waarin ook de voortgang van alle deelnemers te bekijken is.
Al met al ben ik aangenaam verrast door de mogelijkheden die A New Spring biedt. Tijdens mijn kijkje achter de schermen viel mij verder op dat de snelheid, het uiterlijk en de werking van het platform in verschillende browsers (Internet Explorer, Mozilla Firefox en Google Chrome) prima in orde zijn.
Verbeterpunten voor A New Spring
Vanzelfsprekend zijn er niet alleen maar pluspunten te noemen van A New Spring. Zoals bij elk product het geval is, is er wel een aantal verbeterpunten te noemen.
Zoals hierboven reeds vermeld, is het mogelijk om verschillende soorten digitale inhouden (content) te maken in het platform. De mogelijkheden voor het importeren, exporteren en afspelen van digitale content zijn echter beperkt. Eigenlijk alleen import en export van IMS QTI wordt ondersteund (zie de Engelstalige uitleg van IMS QTI bij Wikipedia, met een overzicht van applicaties die dit ondersteunen). Er is dus geen ondersteuning voor SCORM, wat bij de meeste concurrenten wel mogelijk is (uitleg SCORM). Bij navraag geeft A New Spring aan dat het wel van plan is om het afspelen van SCORM inhoud mogelijk te gaan maken.
Het tweede wat mij opvalt is dat er geen functionaliteiten in A New Spring aanwezig zijn voor synchrone communicatie. Bij de meeste concurrerende systemen is in ieder geval een zogenaamde tekst-chat aanwezig. De asynchrone communicatie is wel aanwezig, met discussie-fora en bijvoorbeeld de mogelijkheid om rechtstreeks vragen te stellen aan de docent in een cursus. A New Spring is wel bezig om enkele externe webservices, met specifieke functies, te integreren in het platform. Men is op dit moment bezig om webconferencing te integreren in het platform. Hiervoor zal DimDim gebruikt worden, dat over een chat beschikt.
Met de variant Social Learning probeert A New Spring ook het meer informele leren te ondersteunen, wat ik een goede zaak vind. Social Learning is echter nu nog beperkt in functionaliteit. Het is eigenlijk alleen uitgewerkt in de genoemde discussie-fora, die per cursus, en zelfs per cursusonderdeel, beschikbaar zijn. Dit is iets wat in andere veelgebruikte ELO’s ook weinig uitgewerkt is. In dit opzicht is een vergelijking met Elgg meer van toepassing. Ten opzichte van Elgg missen nog wel wat zaken, vind ik. Enkele functies die ik graag terug zou zien in de Social Learning variant zijn: a) het zelf kunnen plaatsen van berichtjes (à la Twitter), b) het zelf kunnen plaatsen en delen van internet-favorieten, c) het samen kunnen schrijven aan teksten in wiki-vorm, of d) het zelf kunnen opstarten en beheren van groepen. Om Social Learning nog meer vorm te geven, en in aansluiting op verbeterpunt 1, kan ik mij ook heel goed voorstellen dat in A New Spring ook ondersteuning zou komen voor het kunnen gebruiken (of integreren) van externe bronnen. Natuurlijk kun je in je cursus verwijzen naar externe websites of bijvoorbeeld Flash animaties afspelen. Maar ik bedoel hier eigenlijk het binnenhalen van allerlei internet-bronnen. Als het platform bijvoorbeeld RSS feeds zou kunnen inlezen en presenteren, zou dat al heel erg veel gemakkelijker worden. Juist bij het sociale (of informele) leren zijn bronnen van buiten je eigenlijke ELO wellicht heel waardevol (of misschien wel onmisbaar) voor het leerproces.
Het platform van A New Spring is eigenlijk niet uitbreidbaar naar eigen wens. Dit is overigens niet uniek aan A New Spring. Het is een gevolg van het gebruik van het eerdergenoemde SaaS model. De beperking in uitbreidbaarheid geldt voor bijna alle software die op deze manier wordt aangeboden. Ook bij bijvoorbeeld Google Docs kun je zelf geen extra’s toevoegen, terwijl dat bij MS Word bijvoorbeeld wel mogelijk is. Voor open source software binnen e-learning, bijvoorbeeld Elgg, Sakai of Moodle, zijn tientallen uitbreidingen beschikbaar met allerlei aanvullende functies, die naar wens in gebruik kunnen worden genomen. Ook Blackboard heeft een behoorlijke set aan uitbreidingsmogelijkheden door middel van de Building Blocks. .
Als laatste valt hier nog te vermelden dat A New Spring ontworpen is vanuit de cursusmetafoor. Dat wil zeggen dat de voor iedereen vertrouwde vorm van onderwijs (een docent en de leerlingen) wordt gehanteerd als manier om het systeem op de delen in behapbare eenheden. Bekende termen komen dat ook terug in de rollen (Docent, Deelnemer), terwijl je soms andere rollen wilt hanteren in je onderwijs. In het gebruik van de cursusmetafoor is A New Spring niet uniek. Eigenlijk gebruiken de mij bekende ELO’s (Teletop, Moodle, Blackboard) allemaal deze metafoor.
Slotakkoord
Nu de plus- en verbeterpunten zijn benoemd, wil ik afsluiten met enkele adviezen en conclusies. Allereerst kan gesteld worden dat A New Spring een volwassen product is. Qua functionaliteiten is het zeker gelijkwaardig aan ELO’s zoals Moodle of Teletop. In het oog springen vooral de uitgebreide mogelijkheden om digitale leerinhouden te kunnen produceren in het platform zelf. Dit zijn mogelijkheden die vaak niet zo uitgebreid zijn uitgewerkt in de genoemde ELO’s. A New Spring een ELO noemen, doet het platform eigenlijk tekort.
Verder is de MemoTrainer functie uniek in de markt. Dit soort functionaliteit zie ik bij geen enkel concurrerend product terug. Als u uw personeel veel kennis wilt aanleren en ook op een gedegen manier wilt toetsen, dan is de MemoTrainer een zeer goede manier om dit te faciliteren. U kunt verder via de QTI standaard ook uw eigen (toets)vragen importeren, waardoor u snel aan de slag kunt..
Verder kan ik me voorstellen dat het feit dat A New Spring een puur Nederlands bedrijf is, een afweging kan zijn bij een keuze voor een platform voor e-learning. En als u verder geen omkijken wilt hebben naar uw platform, dan kunt u zeker kiezen voor A New Spring. En u kunt in zo’n geval ook snel aan de slag. U hoeft immers zelf geen software te kopen of te installeren. Op basis van het SaaS model kunt u binnen een zeer kort tijdsbestek aan de slag met e-learning.
Als u reeds veel digitaal leermateriaal beschikbaar hebt, bijvoorbeeld in de vorm van SCORM pakketjes, dan zult u moeten beoordelen in hoeverre dit beschikbaar kan worden gesteld binnen het platform van A New Spring.
Het interne CV (resumé)
Cover Letter
Pity that you have to type this in, all manually. I would like some sort of import here.Contact Information
| Country | Netherlands |
|---|
Contact Information
- Country: Netherlands
- Official Website Address: www.koopaladvies.nl




